Leven in de Bloemenbuurt

God verhoord

Ik heb mijn hele leven lang kinderen gewild. Van jongs af aan al. Niet dat ik daar dagelijks mee bezig was, maar voor mij wat het gewoon een feit: ik ga later trouwen en krijg kinderen.

Middelbare school en een vervolg opleiding volgen dat  was een noodzaak, net als werk. Je moest immers wel voor jezelf kunnen zorgen en onderhouden. Maar een carrière…? Daar ben ik nooit mee bezig geweest en ik heb het ook nooit belangrijk gevonden.

Maar een man kwam niet en kinderen dus ook niet.  Ik heb gehuild, gebeden, boos geweest maar het hielp allemaal niets.
God zegt toch: Alles wat je vraagt zal ik je geven?
Wat moest ik nu met mijn leven?
Ik moest er een heel andere draai aan geven, maar hoe?
Ik snapte er niets van. Maar moest toch door met mijn leven, niet bij de pakken neer zitten. Ik was altijd bezig met hoe  ik zin kon geven aan mijn leven ; hoe kan ik mijn talenten nu inzetten voor  Gods Koninkrijk? Maar ik kon geen bevredigend antwoord  of levensstijl vinden. Langzaam verstreken de jaren en had ik het item ‘kinderen’ zo half naast me neergelegd en kon ik er mee leven dat dit niet mijn toekomst zou zijn.  Alleen op bepaalde momenten, wanneer er kinderen in mijn omgeving geboren werden of wanneer er kinderen in de kerk gedoopt werden overviel mij altijd een soort eenzaam gevoel.

God bracht een man in mijn leven en we  zijn getrouwd. We zijn ons mooie kerken werk in onze wijk begonnen, we hebben veel vragen van mensen beantwoord, hen geholpen om hun leven weer op de rails te krijgen. Maar de vraag waarom God mijn gebed niet verhoord had bleef onbeantwoord.

Op een dag vroeg een vrouw die net tot geloof gekomen was mij of ze een bepaalde tekst goed had begrepen.  Het ging om de volgende tekst:
Jes. 54 : ,,Jubel, onvruchtbare vrouw, jij die nooit een kind hebt gebaard; breek uit in gejuich en gejubel, jij die geen weeën hebt gekend. Want –  zegt de HEER -, de kinderen van deze verstoten vrouw zullen talrijker zijn dan die van de gehuwde. Vergroot de plaats van je tent, span het tentdoek wijder uit, zonder enige terughoudendheid. Verleng de touwen, zet de tentpinnen vast. Naar alle kanten zal je je uitbreiden, je nageslacht zal de vreemde volken verdrijven en de vreemde steden bevolken.”

Zij dacht dat dit de tekst was dat haar kinderloosheid voorbij zou zijn, dat God haar op deze manier beloofde dat  ze in een ander huis moest gaan wonen omdat ze een groot gezin zou krijgen. Ik weet niet meer wat ik geantwoord heb, ik was in een soort roes. Opeens viel het kwartje, deze tekst ging over mij… Dit was Gods knipoog die mij duidelijk maakte dat mijn gebed om kinderen verhoord was.

Ik krijg geen eigen kinderen om voor te zorgen. Ik krijg Zijn kinderen. Zoveel zelfs, dat ons huis  bijna uit z’n voegen  knapt om de hoeveelheid mensen die wij mogen ontvangen.

Ik ben een gezegend mens.  God heeft mij Zijn kinderen toevertrouwd. Deze kinderen mag  ik laten zien wat God in mijn leven heeft gedaan, ik mag hen vertellen wie Hij is en wat genade is. God doet wat hij beloofd, soms anders dan wij verwachten en hopen. Maar altijd zo dat het goed is voor Zijn Koninkrijk.

Ik ben Hem dankbaar dat hij mij dat heeft laten zien.

Didy