Leven in de Bloemenbuurt

Dat kan ik niet maken

1 Samuel 16
1 De Heer zei tegen Samuel: ‘Je weet wat ik besloten heb: Saul mag niet langer koning van Israël zijn. Jij hoeft dus geen verdriet meer over hem te hebben. Ik stuur je naar Betlehem, daar wonen Isaï en zijn zonen. Eén van die zonen heb ik uitgekozen. Hem moet je koning maken.’
2 Maar Samuel zei: ‘Dat kan ik toch niet zomaar doen? Als Saul dat hoort, zal hij mij vermoorden.’ Toen zei de Heer: ‘Zeg dat je een offer aan mij moet brengen. En neem daarvoor een jonge koe mee. 3 Nodig ook Isaï uit voor dat offer. Dan zal ik je laten weten wie ik uitgekozen heb om koning te zijn.’

Punten die wij met elkaar naar aanleiding van deze verzen besproken hebben:

  1. [verhaal] Wanneer heb jij iets voor het laatst gedaan wat je niet kon maken (vanweg de reactie van anderen)? Heb je het toen wel/niet gedaan? Waarom wel/niet?
  2. [verhaal] De Heer geeft Samuël advies:
    1. ‘Zeg dat je een offer aan mij moeten brengen.’ Wat vind je van de truc die de Heer verzint?
    2. Zoek de uitspraak van Jezus in Mattheüs 10:16 eens op. kun je die toepasen op dit verhaal? En hoe zie jij jezelf: meer als een slag of als een duif
    3. Wie zijn de raadgevers in jouw leven?
  3. [evangelie] Kun je met elkaar (uitspraken/daden) bedenken die Jezus deed, die hij vervolgens anderen niet kon maken?
  4. [evangelie voor vandaag] Hoe kunnen wij die not done-dingen naar onze tijd verplaatsen?